Vergeet de aanval op Gaza niet, 2008/9

Vier jaar geleden begon een drie weken durende oorlog tegen Gaza, die meer dan 1400 mensen het leven kostte. Hier mijn verslag, toen we in februari erna voor het eerst zelf de verwoestingen konden aanschouwen.

gazafebr09-15.jpg

Keef halek, Angie, zei Yusuf, de chauffeur die ons aan de andere kant van Erez op kwam halen.

gazafebr09-3.jpg

We waren er zo op ingesteld dat we er niet in zouden komen dat het haast vreemd is als we het vertrouwde trapje van het NCCR oplopen en iedereen daar al op ons zit te wachten. We begroeten iedereen. Minder uitbundig dan anders. Het is alsof iedereen stiller is dan vroeger, alsof we dierbaren begroeten op een begrafenis. En zo is het eigenlijk ook wel. Zelfs Ratiba, die er goed in is om in snikken uit te barsten huilt nu zachtjes als ik haar omarm.

We zijn gevraagd om een training te geven over rouw en verlies, en na een kopje koffie begint Jan meteen. Een simpel college. Het komt goed aan. In de pauze constateren we dat we de neiging hebben om heel zacht met de mensen om te gaan. Iedereen is beschadigd en in pijn.

gazafebr09-8.jpg

gazafebr09-7.jpg

gazafebr09-6.jpg

gazafebr09-5.jpg

gazafebr09-4.jpg

gazafebr09-2.jpg

Wat hebben jullie verloren, is een vraag die ze beantwoorden. Niet alleen familieleden, buren, hun huis. Hun hoop. Hun toekomst. Het geloof dat er nog zoiets is als rechtvaardigheid. En wat moet je doen als hulpverlener met cliënten die zich machteloos en hopeloos voelen, als je jezelf machteloos en hopeloos voelt?

gazafebr09-73.jpg

Skinny Mohammed kan niet meer ophouden met praten. De mensen doen zo raar, zegt hij. Je komt bij een man die zijn vrouw kwijt is, en drie van zijn kinderen, en hij is zijn bedrijf kwijt, weet je waar hij het over heeft? Dat hij zo boos is dat de Israëli’s zijn lamp stuk gemaakt hebben. Of een vrouw. Haar man kon niet op tijd wegkomen en stierf onder het puin. Het duurde een week voordat ze hem er onder vandaan konden halen. Ze hadden een kip. Die had elke dag een ei gelegd naast het hoofd van die man. Zeven eieren. Die vrouw had het niet over haar dode man. Ze had het alleen maar over die kip. Iedereen is in de war.

We gaan met het busje kijken naar een van de vele rampgebieden. Er hangt een vieze gele smog over Gaza, of is het stof. We hebben veel gezien in Gaza, maar zijn onthutst. Zoveel destructie. Op de foto kan ik nooit laten zien hoe ver dat gaat, de uitgestrektheid ervan. Misschien als ik duizend foto’s achter elkaar zou zetten. Kilometers. Alles kapot. Af en toe een huis dat nog overeind staat. Daar zaten de Israëli’s in. Tussen het puin tenten en hutjes, een familie die buiten zit terwijl moeder op een vuurtje uien bakt. Ze wijzen het aan, van hun huis staat nog een muur. Oma, in haar rolstoel, is dood.

Stank. Een man staat bij wat eens zijn bedrijfje was, we zien scheve rekken met eieren tussen het puin eieren die kuikens hadden moeten worden. Tien jaar heeft hij geïnvesteerd in dat bedrijfje, kapot. Weg. Fabriekjes, een bedrijfje met een paar koeien. Koeien dood. Kapot, weg. Een hoog flatgebouw, totaal verwoest. We lopen mee met een man die we kennen omdat zijn gehandicapte kind in het programma van het NCCR zit, op zijn dak mogen we kijken naar het wijkje beneden. Puin. Tussen het puin hebben mensen van stenen weer een hutje gebouwd, van een paar planken een bankje, met wat kussens erop die ze nog hebben kunnen redden.

gazafebr09-17.jpg

gazafebr09-12.jpg

gazafebr09-11.jpg

gazafebr09-13.jpg

gazafebr09-10.jpg

Als we weer beneden zijn staat er een vrouw te schreeuwen. Ze komen hier aapjes kijken, schreeuwt ze wijzend op ons, ze denken dat we hier een dierentuin zijn, foto’s maken en dan weer weg en ze doen niets en wij zitten hier in de ellende. Ramadan legt uit wie ze zijn, en blijft gelukkig rustig. Want die vrouw heeft gelijk en ze heeft er recht op woedend te zijn. Al die tijd heeft de wereld toegekeken en niets gedaan, en nu de oorlog is afgelopen komen we allemaal kijken. En foto’s maken.
Dank je wel voor je college van vanochtend zegt Ramadan tegen Jan, want nu begrijp ik dat ik niet terug moet gaan scheeuwen tegen die vrouw. Dat ze kwaad mag zijn. Dat dat goed is.

(Er zijn nog meer foto’s, hier)